Verkiezingen 2006: Schijnbaar uit het niets was ik ineens lijsttrekker voor de VVD. Schijnbaar uit het niets, want de voorgaande 7 jaar had ik al intensief meegedraaid in de steunfractie. En onervaren op bestuurlijk gebied was ik ook niet, want voor ik in Brabant kwam te wonen had ik er al twee raadsperiodes in een randstedelijke gemeente opzitten, waarbij ik eveneens fractievoorzitter was geweest. Maar toch, voor een groot deel van Moerdijk was ik een onbekende. Voor veel inwoners uit het oostelijk deel van onze gemeente ook weer niet, maar die kenden mij niet als politicus, maar als woordvoerder van de SBBM, de stichting die zich fel verzette tegen de aanleg van Moerdijkse Hoek! Kon dat, met zo'n achtergrond, wel goed gaan in de gemeentelijke politiek, in de VVD nog wel. Ja hoor, dat kan prima, zolang je maar beseft dat je als gemeentebestuurder andere verantwoordelijkheden hebt dan als vertegenwoordiger van een bewonersbelangengroepering. Dat verschil in verantwoordelijkheden is voor mij, ook gezien de ontwikkelingen m.b.t. het logistiek park, dan ook reden geweest om mijn functie als bestuurslid van de SBBM neer te leggen, omdat ik als gemeenteraadslid vrij moet zijn om díe keuze te maken die voor de gemeente als totaal de beste lijkt te zijn. Het maken van keuzen tussen verschillende, vaak tegenstrijdige belangen hoort bij het raadswerk. De ene keer gaat het om keuzen tussen individuele belangen, de andere keer om keuzen tussen groepsbelangen. Vaak gaat het om het algemeen belang tegenover deelbelangen. Bij dit soort keuzen heb je altijd winnaars en verliezers: mensen die er beter van worden en mensen die er slechter van worden. De volgende beslissing die genomen moet worden is dan ook hoe de mensen die er slechter van worden daarvoor worden schadeloosgesteld. Doorgaans gebeurt dat via een geldelijke tegemoetkoming, maar ik zou daar verder in willen gaan. Ik vind dat als je mensen, in het algemeen belang, iets afpakt, b.v. hun oude vertrouwde woonomgeving, je in eerste instantie zou moeten proberen hen, elders in de gemeente, iets vergelijkbaars terug te geven, tenzij men natuurlijk zèlf liever een financiële vergoeding krijgt. We zullen in de komende jaren, zeker als wij de ambitie hebben om te groeien, herhaaldelijk tegen dit soort zaken aanlopen en ik ga mij er voor inzetten om een dergelijke regeling mogelijk te maken. Een van de zaken waar ik mij ook voor inzet is dat de inwoners meer mogelijkheden krijgen om invloed uit te oefenen op de besluitvorming. En ook dat zij in een vroeg stadium betrokken worden bij plannen die betrekking hebben op hun woon- en leefomgeving. Dat streven hebben we ook vastgelegd in het coalitieakkoord.Inmiddels zijn op dat gebied belangrijke stappen gezet. Besluitvorming over de invoering van het burgerinitiatief vindt nog vóór de zomer plaats. Na de zomer gaan we aan de slag met een nieuwe manier van vergaderen, waarbij de beeldvormende commissievergadering wordt geïntroduceerd. Dat is een vergadering waarin de inwoners en andere belanghebbenden volop de gelegenheid krijgen om met de commissieleden mee te praten over de diverse onderwerpen. Ook wordt binnenkort via een enquête aan de inwoners gevraagd op welke wijze zij bij de gemeentelijke besluitvorming willen worden betrokken en aan welk soort onderwerpen zij daarbij denken. En tenslotte wordt gesproken met de verschillende dorps- en stadsraden over de mogelijkheden om die, indien zij dat wensen, meer bevoegdheden te geven. Dat alles moet leiden tot een bestuurscultuur waarbij gemeentebestuur en inwoners zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het wel en wee van onze gemeente. Dus niet besturen óver, maar besturen mèt onze inwoners. Raadslid is een vak apart. Je wordt geconfronteerd met heel veel verschillende zaken die in de gemeentelijke samenleving spelen. En daar moet je je vervolgens grondig in verdiepen om tot een afgewogen besluit te komen. Zo leer je veel over je gemeente. Maar er gaat wel heel veel tijd in zitten. Want het zijn niet alleen de gewone vergaderingen en de voorbereiding daarvan. Er wordt ook van je verwacht dat je deelneemt aan werkgroepen, informatieve bijeenkomsten bezoekt, je gezicht laat zien bij allerlei activiteiten, jubilea etc. En de inwoners weten je gelukkig ook te vinden om hun problemen onder je aandacht te brengen en dan doe je je uiterste best om hen te helpen. Een vak apart dus, boeiend, leerzaam en tijdrovend. Maar ik doe het graag. Anders zou ik er niet voor een tweede keer aan begonnen zijn.